Franchisepersoneel
Dienstschrift 2 min lezen

Is er op deze vestiging werkelijk tijd om een stagiair te begeleiden?

Een stagiair kan in een vestiging veel leren over gastcontact, voorraad of administratie. Tegelijk kan de verleiding ontstaan om de stage in te plannen op het tijdvak waarvoor moeilijk een medewerker te vinden is. Begin bij de leerdoelen en de beschikbare begeleiding. Pas daarna kun je bepalen welke taken passen en of jouw vestiging ze veilig en betekenisvol kan aanbieden. Alleen de naam stage boven een roosterregel is daarvoor onvoldoende.

Chef bereidt brood en borden voor aan een keukenwerkbank
Dienstschrift Peter Muniz · Unsplash
01

Beschrijf wat iemand na afloop kan

De Rijksoverheid maakt bij de beoordeling van een stage onderscheid tussen leren in de praktijk en het verrichten van regulier werk. Als feitelijk sprake is van een arbeidsovereenkomst kunnen de bijbehorende regels, waaronder het minimumloon, van toepassing zijn. Kijk daarom niet uitsluitend naar het label op het contract. Maak per leerdoel duidelijk welke taak wordt geoefend, wie observeert en hoe de voortgang wordt besproken. Stem met de opleiding en de verantwoordelijke werkgever af welke stagevorm, overeenkomst en begeleiding in het concrete geval gelden.

02

Maak twee aparte roosterregels

In een voorbeeld oefent de stagiair gedurende twee uur het ontvangen van leveringen. De begeleider heeft daarvan drie blokken van twintig minuten ingepland voor voordoen, meekijken en nabespreken. Dat vraagt samen zestig minuten gerichte begeleiding. De overige zestig minuten zijn geen automatisch zelfstandig inzetbare arbeidskracht. De taak, ervaring, veiligheid en gemaakte afspraken bepalen wat onder welk toezicht mogelijk is. Als de enige bevoegde medewerker exact dan voor een andere dienst of vergadering staat ingepland, ontstaat een begeleidingsprobleem. Zoek eerst een haalbaar tijdstip of een passende extra begeleider.

03

Test een opdracht op leerwaarde

Een bruikbare opdracht kan zijn om met een fictieve pakbon een afwijking te vinden en vervolgens aan de begeleider uit te leggen hoe de vestiging dat vastlegt. Daarvoor zijn uitleg, oefenruimte en feedback nodig. Wanneer een stagiair vooral de volledige levering moet afhandelen zodat een medewerker elders productiewerk kan doen, hoort de werkgever kritisch te kijken of het leren nog centraal staat. Vraag ook of het werk bij de leeftijd en veiligheid van de stagiair past. Eenzelfde taak kan voor twee leerfasen om verschillende begeleiding vragen.

04

Plan de evaluatie voordat de drukte begint

Zet vroeg in de stage een gesprek met de stagiair, begeleider en zo nodig de opleiding op de kalender. Vraag concreet welke vaardigheid al geoefend is en welke beloofde leerkans door de dagelijkse drukte dreigt te verdwijnen. Laat de stagiair weten bij wie die terechtkan als het werk afwijkt van de afspraak. Controleer bij wijziging van het rooster opnieuw of begeleiding beschikbaar blijft. Zo beoordeelt de vestiging het slagen van de stage aan de hand van wat is geleerd en welke ondersteuning daarbij geboden is.

Vragen voor het vervolg

  • Wie begeleidt de taak op het moment dat zij echt plaatsvindt?
  • Welke vaardigheid wordt afzonderlijk geoefend?
  • Zou de vestiging zonder de stagiair dezelfde betaalde dienst nog moeten invullen?

Bronnen

Franchisepersoneel

Welke dienst vraagt aandacht?

Reserveer begeleidingscapaciteit en toets de feitelijke werkzaamheden aan de afgesproken leerdoelen.